 |
 |
Problemen: hoe combineer je de publieke ruimte van een kunstgalerij met de privatieve ruimte van een kunstenaarswoning in één, al bestaand, volume in een project dat ook uitdrukking geeft aan de bijzondere soort relatie tussen een kunstenaars en een verzamelaar?
Wat is nog de plaats van een kunstverzameling in de democratische lowculture tirannie van het Internet en tv-programma’s als idols? En waarom moet architectuur zoals die in de vakbladen wordt gepresenteerd eigenlijk ook in het echt bestaan? Het met fictie omringende project Snake Art Gallery van François Roche probeert antwoorden te formuleren.
Op de in het Centre Pompidou georganiseerde tentoonstelling ‘Architectures Non Standard’ valt naast de prominente Nederlandse afvaardiging - NOX, Oosterhuis en UN Studio - de Franse architect François Roche sterk op door niets en niemand ontziende projecten - zoals de luchtvervuiling opnemende gevels van het museum in Bangkok - radicale materiaalkeuzes en een genadeloos kritische houding tegenover officiële architectuur voor wie in het ‘monarchistische en centralistische’ Frankrijk niet meer dan een narrenfuctie zou zijn weggelegd.
Een verfrissende houding die Roche weinig opdrachten maar wel bekendheid bracht. Zijn op een Parijse binnenplaats gevestigde bureautje, waar hij tussen spelende kinderen met de andere twee architecten van R&Sie, Stéphanie Lavaux en Jean Navarro aan zijn projecten sleutelt, heeft niets van een rationele architectuurfabriek maar wel veel van het aangename van een kunstenaarsatelier. De in een te krap trainingsjack geklede François Roche wil dat vooral zo houden: ‘we situeren ons ergens tussen hedendaagse kunst en architectuur, door als kunstenaar te werken, kunnen we alle regelgevingen en procedures omzeilen en doen wat we willen.’
Een goed voorbeeld van zulke als happenings gepresenteerde realisaties is de recente, in Parijs te situeren, Snake Art Gallery, een project dat zo geheimzinnig is dat niemand zeker weet waar het zich precies bevindt en zelfs niet of het wel/nog echt bestaat/heeft bestaan. Een naamloze kunstverzamelaar, die door de architecten niet voor niets, als het Zorro-personage, met ‘De la Vega’ wordt aangeduid, zou de architecten in volstrekte anonimiteit met een envelop vol cash en een programma hebben benaderd om – na het ondertekenen van een geheimhoudingsclausule – een kunstgalerij en kunstenaarswoning te bouwen, een galerie die uitsluitend is bestemd voor intimi en de woning voor door de opdrachtgever uit te nodigen kunstenaars.
Het geheel van 350 m2 bevindt zich binnen een oude loods, en zou pas bereikbaar zijn na meerdere binnenplaatsen en een afvalopslagplaats te zijn gepasseerd, maar moet daarbij toch ergens in een van de drukste arrondissementen van Parijs staan. Het enige wat van de realisatie aan de openbaarheid is prijsgegeven zijn foto’s en plannen, een procedure die sterk lijkt op die van met efemere processen als eb en vloed spelende, of in woestijnen bouwende, Land Art kunstenaars, voor wie ook de foto of de video het medium van het gerealiseerde, en weer verdwenen of voor de toeschouwer onbereikbare blijvende, kunstwerk is.
Met deze Snake Art Gallery verrijkt Roche de computerspelachtige virtualiteit van zijn architectuur met de spannende soort fictie uit de klassieke tv-serie. Dit geheimhouden van locatie en opdrachtgever is te zien als kritiek op de verhouding tussen architectuur & architectuurpers. Wat van architectuur in vakbladen verschijnt – de mooie lege foto’s net voor oplevering – is vaak ook fictie die weinig met het echte bouwproces en uiteindelijke gebruik te maken heeft, en ook deze irreële wereld wordt frequent niet op echt- of juistheid getoetst.
François Roche zegt zijn overal spierwitte project als ‘skyzospace’ te hebben ontworpen, door de openbare ruimte van de kunstgalerie en de privatieve ruimte van de woning door elkaar te vlechten. Een stap verder dus dan Toyo Ito’s ‘blurring architecture’ waarmee openbare en privé-ruimtes vervagen en in elkaar overlopen. Want in Roches slangvormige project vallen niet alleen grenzen tussen het openbare en privatieve weg, de twee soorten ruimtes worden in elkaar geperst en tot in hun intiemste onderdelen met elkaar geconfronteerd. De kunstenaar die in de slangvormige zich door de galerie slingerende woning verblijft, is overal zichtbaar of hoorbaar aanwezig, en zijn verplaatsingen, slaap, stoelgang en eetgewoontes zijn door de openingen en de translucide dunne wanden door de bezoekers waar te nemen. Het verblijf van de kunstenbaar zelf is zo een verlenging geworden van zijn kunstwerken die aan de wanden hangen, terwijl de kunstenaar daarbij ook een soort gegijzelde van met geld en woonruimte zwaaiende verzamelaar wordt, die zich hier naast de kunst ook het hele bestaan van de artiest toeeigent. En deze anonieme verzamelaar in zijn geheime galerie: hij heeft, anno 2004, omringt door schoonheid, definitief zijn rug naar het openbare ordinaire leven gekeerd. In deze in een oude loods verborgen witte ruimte staat het enige raam op enkele centimeters van een blinde muur. Deze nieuwe, opzienbarende houding van het in zichzelf keren en zich uit het openbare leven terugtrekken van de zich onbegrepen wanende hedendaagse kunst, naar eilandjes waar het zichzelf kan zijn, valt overal waar te nemen en deze tendens is op knappe wijze door François Roche onderkent en uitgedrukt. Zijn eigen werkwijze duidt ook op een Van Lieshoutiaanse drang tot autarchie: voor de bouw van deze galerie richtte hij zijn eigen bouwbedrijfje op, want gewone aannemers ‘zouden er toch niets van begrijpen’. Zo werd de galerie gebouwd door decorbouwers uit de film- en theaterwereld, vakmensen die volgens Roche wél ‘alles met elk soort materiaal kunnen maken’ en hier kundig de uit de computer gerolde onmogelijke rondingen en bochten vormgaven in hout en bamboestroken, waaromheen wit polyurethan is gespannen.
Een materiaal dat overal flinterdun en vooral spierwit is, want zegt Roche, zowel de op de muur hangende kunst, als de in de woning verblijvende kunstenaar, moeten zichtbare sporen achterlaten: haren, vegen, vuil. Deze drang tot het zichtbaar maken van gebruik, van vervuiling, van lichamelijkheid en verval, van dat wat zich onherroepelijk opstapelt en elk project definitief onaf maakt, is overal in het werk van R&Sie aanwezig. Juist omdat ze slingert tussen fictie en realiteit, is de door niemand waargenomen maar inmiddels in de virtuele ruimte van internet en pers dominant aanwezige Parijse Snake Galerie een waardevol architectonisch statement.
© Steven Wassenaar
Architect: R&Sie... Paris
Creative team and associated partners: François Roche, Stéphanie Lavaux, Jean Navarro
Contractor: Christian Hubert de Lisle
Key dimensions: 350 m2
Client: De la Vega
Situation: Paris 75010
Cost: 0,7 million USD |
 |