 |
 |
Het is een manifest voor de nieuwste stroming. De tentoonstelling ‘Architectures Non Standard’ in het Parijse Centre Pompidou (10 december tot 1 maart) liet werken van een dozijn architecten zien die opvallen door het gebruik van de computer. In de hal van Pompidou kon Oosterhuis.nl zijn Trans-ports_MUSCLE neerzetten, als computerbeeld sensationeel, maar eenmaal gerealiseerd eigenlijk een gewone blauwe tent, die met bewegingen interactief op publiek reageert. Met de hier zichtbaar gemaakte kloof tussen het virtuele project en de uiteindelijke realisatie is de problematiek van veel van deze architectuur samengevat.
De bijeengebrachte architecten delen het experimenteren met het soort computertoepassingen dat op architectenbureaus en opleidingen standaardgereedschap is geworden. Met dit verschil, dat de fascinatie voor deze hulpmiddelen bij deze groep ook een duidelijke stijl oplevert: rondingen, organische vormen, complexiteit en (noodgedwongen) metaalgebruik. Deze expressieve vormentaal is de waardige, en gelijkwaardige, opvolger van het deconstructivisme.*1 Dezelfde sculpturale benadering van architectuur als autonoom object. Dezelfde wens om nergens naar te verwijzen, en al helemaal niet naar het modernisme. En, helaas, bij de theoretici van de stroming, ook dezelfde preoccupatie met pseudo-wetenschappelijke theorievorming.
Volgens tentoonstellingsmaker Frédéric Migayrou, bekend van de jaarlijkse succesvolle Archilab-tentoonstellingen in Orléans, gaat het bij de opmars van computers in architectuur om meer dan stijl of vorm. We zouden nu getuige zijn van een radicale omwenteling in de architectuur, waardoor haar definitie en grenzen in het geding zijn.*2 Een revolutie dus en niets minder dan dat. De basishouding van Migayrou is zowel formalistisch als hegeliaans: in het onstuitbare proces van de geschiedenis hupt de tot vormenreeksen gereduceerde architectuur van stijl naar stijl op weg naar haar uiteindelijke Historische Missie. Voor hegelianen – het is op de tentoonstelling te zien – zijn details als context en functie eigenlijk bijzaak, het gaat om de beweging in de tijd, om abstractie, de kennersblik die alomvattend eeuwen bestrijkt. Torenend op dat voetstuk, dwingt Migayrou zijn twaalf architecten in een nauw, bochtig keurslijf: dat van de geforceerde bewijsvoering voor zijn hypotheses. Daarvoor trekt hij alle retorische registers van de postmoderne Franse filosofie open. Tot de argumenten behoort een scherm waarop een – voor de gelegenheid herziene – architectuurgeschiedenis wordt gebracht als biologisch evolutieproces, van vorm naar vorm uitgroeiend naar haar laatste metamorfose, de non-standaard architectuur.
Die term, de tentoonstellingstitel, verwijst naar de wiskunde: ‘de non-standaard wiskunde stelt een dynamisch structuralisme voor, een abstracte semantiek die een wederzijdse relatie waarborgt tussen de verschijnselen en de betekenis; het is de instelling van een algemene en formele hermeneutiek die zich rechtstreeks in het hart van een algemene fysica van fenomenen kan vestigen’, enzovoort, enzoverder.*3 Nu was het tot in het absurde verwijzen naar exacte wetenschappen lang een chronische kwaal in de Franse filosofie, maar daar had de Amerikaanse fysicus Alan Sokal toch ludiek een einde aan gemaakt?*4 Wie de teksten van Migayrou en de co-auteurs Zeynep Mennan en Mark Burry probeert te lezen moet vrezen dat die polemiek aan hen voorbij is gegaan.
Waaruit bestaat de ‘radicale omwenteling’ in de architectuur die de conservator voorspelt? Ten eerste, de productie: het is nu mogelijk – na de gestandaardiseerde woonmachines van Le Corbusier – niet-gestandaardiseerde gebouwen te produceren door via Internet met software gemaakte tekeningen naar de fabriek te sturen. Het catalogusproject Variomatic van Oosterhuis.nl – kopers maken op Internet hun eigen huis – is hiervan een goede illustratie.
Ten tweede, de vorm: waar gaat het bij deze revolutie om? Om definitief af te rekenen met die vervelende, steeds weer opduikende rechte hoeken. Ik citeer: ‘ver van het unaniem ter communie gaan in de cultus van de rechte hoek, ziet men de besten van deze representanten opgewekt rondgraaien in de inventaris van vormen (lijnen, spiralen, linten, afdrukken, schalen).’*5 Voorbeeld is het renovatievoorstel van Greg Lynn FORM voor de Bijlmerflat Kleiburg. De armoede van het hier als maquette tentoongestelde project is omgekeerd evenredig met het pretentieuze verhaal dat het aannemelijk moet maken. Nee, we zien geen vermommende esthetisering middels aan de modernistische gevels gehangen stalen schermen, want, zo lezen we, we moeten begrijpen dat deze gevel is ‘ontbonden in een cinematografische reeks, die aan de chrono-fotografie van Etienne Jules Marey doet denken, het golvende traject van deze zeilen affirmeert een systeem dat zoekt naar een gefractioneerde tijd waarin, in een evenwichtstoestand, de discrete ruimte en het continuüm samengaan.’*6
Opgezadeld met dit soort termen loopt de ‘non-standaard architectuur’ het risico geassocieerd te worden met het zwakste uit de conceptuele kunst. Retoriek en woordspelingen vervangen analyse en beschrijvingen. Nu is het vervelendste aan het antirationalisme dat het ook ondemocratisch is: dit soort uit reeksen woordspelletjes bestaande teksten onttrekken zich aan de mogelijkheid tot inhoudelijke kritiek en ze sluiten buiten.*7 Wat doet de catalogus van de tentoonstelling ‘Architectures Non Standard’? Ze tilt architectuur uit het openbare domein en het publieke debat (de werkelijkheid) naar het elitaire achterkamertje van de hermetische filosofie (de taal). Daar zit niemand op te wachten en het is moeilijk voor te stellen dat de architecten zelf blij zijn met abstracte theorieën waarin projecten tot inwisselbare illustraties worden gereduceerd.
Er zijn mogelijkheden tot een andere kritische benadering. Het net opgeleverde Maison-Folie in Rijssel, waar Lars Spuybroek de ‘computerstijl’ toepaste, staat in een moeilijke stedenbouwkundige omgeving, kent een gevoelige sociale context en omvatte zowel hergebruik als nieuwbouw. Een cultureel programma verving de voormalige industriële functie van het bestaande gebouw, dat herkenbaar in de wijk moest staan en daarom breken met het middelmatige modernisme dat er stond. De architect en de opdrachtgever vergaderden met wijkbewoners en pasten het programma aan de gehoorde wensen aan. Allemaal concrete preoccupaties, esthetiek, gebruik, context, geschiedenis, sociale functie, waarop met dit gebouw antwoord is gegeven en waarbij de computer – tenslotte – de ingewikkelde vormgeving mogelijk maakte. De context en de bouwgeschiedenis van deze realisatie was op de tentoonstelling niet terug te vinden, die het als geïsoleerde vorm, een maquette, bracht. Behalve Nox, UN-studio en R&Sie hebben de architecten verder weinig moeite gedaan de tussenstadia van de soms intrigerende projecten te laten zien. Bij de maquettes die juist wél gaan leven, waar je langer stil blijft staan omdat je het boeiende ontstaan tot de definitieve versie kunt volgen, wordt het creatieve proces ook door voorwerpen, kleine modelletjes en schetsjes duidelijk, voordat de computer het overneemt. En laten die tekeningen nou zorgvuldig buiten de catalogus zijn gehouden.
© Steven Wassenaar
*1. Dit blijkt ook uit het feit dat vertegenwoordigers van beide stromingen soms bijna identieke antwoorden geven, zoals de ‘roof conversation’ in de Falkestrasse (Wenen - 1988) van Coop Himmelblau en het Bankside appartement (Londen - 2002) van dECOi Architects.
*2. ‘un bouleversement radical de l'architecture, qui remettrait en cause sa définition et ses frontières’, uit het symposiumprogramma op donderdag 11 december 2003 bij de tentoonstelling, en ‘une nouvelle identité de l'architecture et de ses métiers’ uit de catalogus: Frédéric Migayrou, Architectures Non Standard, Centre Pompidou, 2003, p. 13.
*3. ‘La mathématique non-standard propose un structuralisme dynamique, une sémantique abstraite qui assure une interrelation entre les phénomènes et la signification. C’est l’instauration d’une herméneutique générale et formelle qui peut s’impliquer directement au coeur d’une physique globale des phénomènes.’ Frédéric Migayrou in de catalogus, p. 26.
*4. Sokal publiceerde een antirationalistische parodie 'De grenzen overschrijden. Naar een transformatieve hermeneutiek van de kwantumzwaartekracht’ in: Social Text (46/47, 1996) en rekende daarna samen met Jean Bricmont af met pseudo-wetenschap in de Franse postmoderne filosofie met het boek Intellectueel bedrog, EPO/De Geus, Breda 1999.
*5.‘Loin de communier unanimement dans le culte de l’angle droit, on voit les meilleurs de ses représentants piocher allégrement dans l’inventaire des formes (lignes, hélicoïdales,rubans, empreintes, coques...)’. Uit het symposiumprogramma bij de tentoonstelling.
*6.‘Décomposé en une suite en cinématographique évoquant les chronophotographies d’Etienne Jules Marey, la trajectoire ondulée de ces voiles affirme un système en quête d’un temps fractionné où se combinent, dans un état d’équilibre, espace discret et continuum’. Uit de catalogus, p. 96.
*7. De postmoderne filosofie heeft weinig op met democratie, zie hiervoor: Luuk van Middelaar, Politicide: De moord op de politiek in de Franse filosofie, Van Gennep, Amsterdam 1999.
|
 |