 |
 |
De Schaulager die Herzog & De Meuron in hun thuisstad Basel bouwden is een opvallend antwoord op problemen die musea voor hedendaagse kunst kennen op het gebied van conservatie, opslag en publieke toegang van hun kwetsbare collecties.
Voordat de Baselse Hoffmann Foundation in de Schaulager haar intrek nam, was haar verzameling hedendaagse kunst verspreid over meerdere musea en depots. De stichting wenste haar bezit onder te brengen in één spraakmakend gebouw dat precies moest beantwoorden aan de specifieke eisen van hedendaagse kunst. De vraag die Herzog & De Meuron voorgelegd kregen, komt voort uit een situatie die ook andere musea voor hedendaagse kunst kennen: de verzamelde kunst (assemblages van klei, hout, vet, voedsel, meubels, video’s, enz.), is hooguit dertig jaar oud, maar kwetsbaarder en moeilijker op te slaan dan een Rembrand of oud-Griekse vaas. Hoewel deze musea ooit tempels waren die het heden - de ‘tijdsgeest’- moesten vieren, staan ze nu voor de taak kunst van gisteren te bewaren en door gedegen catalogisering begrijpelijk te houden voor komende generaties. Dat deze conservering vrijwel onmogelijk en onbetaalbaar is, wordt vaak verzwegen. Wellicht omdat dit, in een tijd van ‘clash of cultures’, aan de vraag naar de inhoud van de westerse cultuur en de mogelijkheid van haar materiële erfenis raakt. Zo heeft Europa’s grootste hedendaagse kunstmuseum, de Beaubourg in Parijs, 44.000 werken waarvan 95 % in spoorwegloodsen ligt opgeslagen en daarmee aan een wrede selectieprocedure is onderworpen, waardoor uiteindelijk alleen de beste werken zullen overblijven.
In een buitenwijk van Basel komen Herzog & De Meuron nu als antwoord op de bovengenoemde realiteit met een massief, gesloten gebouw dat zowel een depot, onderzoeksruimte en tentoonstellingsgalerie voor de 650 kunstwerken van de Hoffmann-stichting is. Deze Schaulager (kijkpakhuis) sluit zich als een soort rampenbestendige bunker voor de mercantiele stedelijke omgeving af. De formele strengheid wordt door de architecten gerelativeerd door de geometrisch complexe vorm: het gebouw heeft een vijfhoekig plan waarin als ingang een naar binnen vallende trapeze is uitgespaard. De betonnen muren zijn met uit de bouwput opgegraven roodbruin grind bekleed, waarin vervolgens een patroon van grote vierkanten is gebeeldhouwd. In deze als rotswanden vormgegeven muren zijn een paar scheuren uitgespaard waardoor de administratieve diensten een streep daglicht ontvangen. Zowel de expressieve, gesloten façades als de ritmiek van de gevelelementen zijn het handelsmerk van Herzog & De Meuron, die in Basel al eerder te vinden waren in de koperen gevel van het spoorweggebouw en de bollende plexiglazen elementen van het voetbalstadion. Ook de continuïteit tussen gebouw en bodem was elders toegepast, in de met rotsblokken beklede wijnkelder in Californië. Herzog & de Meuron, op een met grauw beton volgebouwd industrieterrein, stellen dat het enige culturele gebouw in deze omgeving een verlenging is van de grond, de natuur, ergens in ankert. Het is zware symboliek, die toevallig goed past bij de huidige aandacht voor ecologisch verantwoord bouwen. De monumentale witte ingang contrasteert sterk met het donkere riviergrind: hier slaat een trapezevormige ruimte naar binnen en torent als een soort grieks-romeins fronton uit boven de museumdeuren. De architecten onderstrepen deze monumentaliteit door onder de luifel een klein, naïef huisje te plaatsen dat de spaarzame bezoeker moet betreden en meteen weer verlaten, alvorens de kunsttempel gewoon via glasdeuren binnen te kunnen. Deze symboliek (de doorgang door het ‘gewone en nederige’ op weg naar het ‘unieke en verhevene’) kan op zijn best als humoristische verwijzing naar de, vaak met dit soort ‘betekenissen’ strooiende, hedendaagse kunst worden gezien.
Binnen zijn de plafonds van het café en de ijzeren wanden en deuren van de openbare ruimtes uitvergrote afgietsels van de grindmuren buiten, uitgevoerd met een fotomechanisch computerproces. Boven deze incidenteel voor het publiek opengestelde expositieruimtes op de niveau’s -1 en 0 reikt een indrukwekkende vide tot aan het 22 meter hoge dak en dit volume, stellen de architecten, maakt het mogelijk om de lichaamswarmte van de bezoekers af te voeren en zo aan de strenge klimaatseisen te voldoen. Talrijke TL-buizen scanderen als een installatie van Dan Flavin de uit metaalkleurig beton opgetrokken ruimtes, een geslaagde ode aan de schoonheid van kunstlicht. Het is bijna een verademing nu eens een gebouw te zien dat die obligate transparantie naar de omgeving afwijst en daglicht bijna overal buitensluit. In de bovenste drie, niet openbare etages, ligt de kunst opgeslagen in een soort hermetisch afgesloten bankkluizen waarin ideale omstandigheden voor het bewaren van de zo kwetsbare hedendaagse kunst zouden zijn geschapen.
Dit robuuste gebouw, ergens tussen landart en minimalisme, drukt de revolutie uit die de wereld van de hedendaagse kunst ondergaat. Na decennia tevergeefs democratische idealen van culturele participatie van de massa te hebben aangehangen, sluit de contemporaine kunst zich steeds duidelijker af van het openbare domein en van haar spaarzame publiek en is een affaire voor experts en ingewijden geworden. Een ander scenario dat zich bij veel recente musea heeft herhaald, geldt ook voor de Schaulager: de inhoud, contemporaine beeldende kunst, heeft geen publiek, maar expressieve museumarchitectuur, tot het nieuwe er weer af is, heeft dat wel. Het zo revolutionaire Groninger museum trekt zijn publiek niet voor niets tegenwoordig met academische Russische schilderkunst uit de 19de eeuw. Uit al deze gevallen blijkt dat architectuur de expressiefste, meest dynamische hedendaagse kunstvorm is, waar het geëxperimenteer met niet-duurzame materialen van de artistes contemporains die binnen te zien zijn, niet tegen is opgewassen.
© Steven Wassenaar
Schaulager der Emanuel Hoffmann Stiftung, Münchenstein, Basel (Zwitserland)
Opdrachtgever Laurenz Stiftung, Basel
Ontwerp Herzog & de Meuron
Projectteam S. Adolf, P. Fürstenberger, H. Gugger, N. Hatz, J. Herzog, I. Huber, J. Johner, P. De Meuron, C. Müller, C. Pfister, K. Ritz, M. Schmidt, F. Stirnemann, L. Weber, L. Zimmerli
Aannemer GSG Projekt Partner AG, Basel
Adviseur constructies Zachmann + Pauli Bauingenieure, Basel
Adviseur installaties Selmoni AG, Basel
Aanvang bouw 2000
Oplevering 2003
Bruto vloeroppervlakte 20.000 m2
|
 |