 |
 |
Architectuur en gevangenis, het is een merkwaardig span. Het idealisme dat architectuur heet, stuit hier bij deze opgave op keiharde grenzen. In Frankrijk verschaffen enkele recent opgeleverde gevangenissen een helder zicht op de spanning tussen de politieke vertaling van een maatschappelijke vraag (veiligheid) en de verantwoordelijkheid jegens het individu. Is hightech een uitweg?
Zoals veel West-Europese landen breidt Frankrijk zijn gevangeniscapaciteit momenteel fors uit. Onlangs gingen in Seysses en Pontet de eerste twee nieuwe ‘hightech’ gevangenissen open uit een programma van zes inrichtingen (‘Programme 4000’), terwijl er in 2007 nog eens dertig gevangenissen zullen worden gebouwd. Kan een zichzelf respecterende architect een gevangenis bouwen, als hij weet dat regimes er streng beveiligd, volgens sommigen in essentie pervers zijn?*1 Is het zijn taak met utopische projecten penitentiaire architectuur vooruit te helpen, of kan zijn historische analyse de ogen openen voor de mankementen? Hoe ondergaan gedetineerden deze nieuwe instellingen?
De architecten werken in deze context: in de zomer van 2003 werden in 187 Franse gevangenissen 48.600 plaatsen door 60.963 gedetineerden gedeeld, wat een spectaculaire toename van 12.000 in twee jaar betekent. Slechts eenderde van het penitentiaire park, recent gebouwd of gerenoveerd, voldoet aan de normen voor veiligheid en hygiëne. Het zijn vaak overvolle , één of twee eeuwen oude, lekkende gebouwen waarin ongedierte ruim baan heeft, naast enkele moderne instellingen die vanwege hun, als onmenselijk ervaren, functioneren door gedetineerden het minst worden gewaardeerd.
Deze alarmerende situatie is nu ook tot een breder publiek doorgedrongen. Het in januari 2000 verschenen boek van Véronique Vasseur, arts van het in 1867 gebouwde huis van bewaring la Santé in Parijs, veroorzaakte zoveel opschudding dat het de huidige nieuwbouw en de renovatie van de oudste instellingen versnelde.*2 Ze beschreef de Santé als een op Midnight Express lijkende jungle waar als enige recht dat van de sterkste gold. De condities in huizen van bewaring zijn slechter dan in streng beveiligde maisons centrales, waar lange straffen worden uitgezeten, en in de centres de detention voor korte straffen. In veel huizen van bewaring worden in cellen van negen vierkante meter drie of meer verdachten, die officieel tot hun proces onschuldig zijn, 22 uur per etmaal opgesloten. Het Franse systeem legt daarmee een ‘straf in de straf’ op: aan de vrijheidsberoving voegt de verloederde gevangenis op zijn best dagelijkse vernedering, vaak angst en mishandeling toe. Van zijn tweede opdracht, de herintegratie, komt door overbevolking weinig terecht en het recidiveren lijkt zo gegarandeerd. De beperking van leefruimte en de slechte hygiëne veroorzaken diverse aandoeningen en dertig procent van de gevangenispopulatie is psychiatrisch ziek. Deze is overwegend arm en bestaat ondermeer uit daklozen, drugverslaafden, illegale immigranten en – hoogstens vijf procent - zware criminelen. Liliane Chenain, voorzitster van de ANVP : ‘Het is net de grote opsluiting die Foucault heeft beschreven, de sociale misère wordt opgesloten, de meeste hebben niets in een gevangenis te zoeken’.*3
De opdrachtgever
De architecten hebben als opdrachtgever de onder het ministerie van Justitie vallende Administration penitentiare. Deze schafte pas in 1972 de zwijgplicht af en legt gevangenen een dagindeling op die sinds de negentiende eeuw ongewijzigd is gebleven. Veranderingen, als het enige uren in een appartement kunnen ontvangen van een partner, zijn experimenteel en zeer beperkt. De Administration penitentiare wordt regelmatig veroordeeld door het CPT*4, terwijl NGO’s als het Observatoire International des Prisons ook misstanden openbaar maken.*5
Justitie en politie zorgen voor de toestroom van gevangenen, die de laatste twee jaar tot steeds langere vrijheidsstraffen worden veroordeeld. De Franse rechtspraak lijkt soms in elke burger ‘een schuldige die nog niet is veroordeeld’ te zien.*6 Maar justitie en politie worden zelf ook veroordeeld, door Europese gerechtshoven, wegens onmenselijke behandeling, het lang in isolatie en in voorarrest houden van gedetineerden en marteling.*7
Aan democratische controle wordt door de Franse justitie, die sinds enige jaren vaak politici veroordeelt, geen vervolg gegeven. Gealarmeerd door de getuigenissen stelden de twee volksvertegenwoordigingen enquêtecommissies in, die op 28 juni 2000 hun conclusies publiceerden. De Senaat noemt de gevangenissen een ‘schande voor de republiek’*8, terwijl de Assembléé Nationale sprak van ‘vertrapte mensenrechten’.*9 De rapporten melden hoge zelfmoordcijfers, abusief gebruik van tranquillizers, geweld onder gedetineerden of van bewakers, uitbuiting van werkende gevangenen, promiscuïteit, prostitutie en verkrachting. Hoewel daarmee in het openbare debat bespreekbaar werd waar vroeger alleen over werd gefluisterd, is de situatie niet veranderd en sinds mei 2002, door de tolérance zero politiek van de huidige regering, zelfs verslechterd.
Programma 4000
Wegens gebrek aan cellen, werden aan het eind van de jaren tachtig met het ‘programme 13000’ evenzoveel detentieplaatsen gecreëerd, vaak op het platteland, wat het familiebezoek sterk beperkte. De tweede bouwgolf van het ‘programme 4000’, bestaande uit zes gevangenissen elk goed voor zeshonderd gedetineerden, komt juist weer aan de rand van de stedelijke ruimte, waar ze vooral oude, bestaande gevangenissen vervangt. Van dit programma zijn nu dus de eerste twee complexen opgeleverd.
Voor het ontwerp zijn in 1998 door het ministerie van Justitie twee bureaus gekozen, Guy Autran en Architecture Studio, die elk drie keer een identiek project op verschillende locaties bouwen.
Het door de vorige regering opgestelde programma vroeg om zeer strenge beveiliging, betere materiële omstandigheden, celblokken voor dertig personen en meer ruimte voor onderwijs en sociale activiteiten. De nieuwe gevangenissen hebben individuele cellen met een eigen douche wat, in een land waar meermanscellen een traditie zijn, tot hevige discussies leidde. Sommige actiegroepen wijzen op de negatieve gevolgen van eenzame opsluiting, terwijl de voorstanders af willen van overvolle cellen waarin gedetineerden op bed liggend hun dag moeten doorbrengen. De projecten moesten verder de ‘hardheid’ van detentie verzachten, door als in een ‘kleine stad’ activiteiten te creëren.
Dat laatste lijkt van de baan nu de architecten bouwen voor de nieuwe minister van Binnenlandse zaken, Nicolas Sarkozy, die rond het thema ‘veiligheid’ het land in een staat van angsthysterie bracht.
Zijn collega op Justitie, Dominque Perben, wijst de ‘teveel op het comfort van de gedetineerde’-gerichte politiek van zijn voorgangers af, zijn prioriteit is de strengst mogelijke beveiliging.
Macroarchitectuur
‘De stedelijke ruimte is een zaak van iedereen, en de penitentiaire ruimte moet dat ook zijn, daarom deden we mee aan de prijsvraag’, zegt Alain Bretagnolle, van het prestigieuze bureau Architecture Studio. Hij distantieert zich meteen en ongevraagd van de huidige strafrechtelijke politiek. Als voorbereiding voor het project zaten de architecten een week in het gevang, aan de bewakerskant weliswaar, maar ze spraken ook met gedetineerden. Architecture Studio: ‘De sensorische dimensie bleek er heel belangrijk. In een situatie van opsluiting wordt het lichaam een reddingsboei, geluid, geur, licht, ruimte, materiaal en kleur spelen een grote rol. We hebben wat niet functioneerde geïdentificeerd, zoals het gebruik van kunstlicht.’
Eind 2003 zal het bureau gemengde inrichtingen met elk een strafgevangenis en een huis van bewaring opleveren bij Farlède, Liancourt en Choconin. De cellen krijgen er meerdere lichtpunten en de revolutionaire buitenverlichting, die in traditionele gevangenissen door harde schijnwerpers de gevangenen slapeloze nachten bezorgt, moet ‘de nacht aan de gedetineerde teruggeven’. Daartoe valt een gordijn van blauw licht niet op de gevels, maar er voorlangs, af- of toenemend in intensiteit al naar gelang de urgentie van de situatie.
Overdag hebben de gevangenen uitzicht op het landschap, maar wel zijn de tralievensters door betonstroken, een soort oogkleppen, omgeven en zijn de cellen zo georiënteerd dat het zicht met harde hand wordt beperkt, want van de administration penitentiare mogen geen andere gebouwen, dus gevangenen, vanuit de cellen zichtbaar zijn.
Op het vierkante terrein zijn de gemeenschappelijke gebouwen op de diagonaal geplaatst, het verst liggen drie geknakte vleugels met cellenblokken aan een sportveld. Architecture Studio : ‘Architectuur is hier toegevoegde waarde, een symbolische en een sociale, die de levensomgeving van de gedetineerde en bewaker bepaalt’. Dat leidde tot felle kleuren van de vloeren en de plafonds van de onderwijs- en bezoekersruimten, buiten is hier en daar een stuk betonmuur met gekleurde lak bewerkt, kleine details in een verder met opzet streng en grauw gehouden omgeving.
Volgens de architect, die ook de hermetisch van de buitenwereld afgesloten disciplinaire cellen moest tekenen, is de ‘semantiek van de macroarchitectuur’ hier belangrijk. Die bepaalt het beeld en geeft een betekenis aan de gevangenis, die duidelijk herkenbaar in het landschap staat, en niet, zoals in het programma 13000, als anoniem gebouw zonder architectonische kwaliteit in de omgeving opgaat.
Stedelijke Dimensie
Ook de in penitentiaire architectuur gespecialiseerde Guy Autran, die al voor het ‘programme 13000’ bouwde, wijst het recente gevangenisbeleid af en pleit voor lichtere en alternatieve straffen. In het kader van het ‘programma 4000’ bouwde hij de al geopende instellingen bij Pontet en Seysses, zodat de oude gebouwen in Toulouse en Avignon dicht konden, en werkt nu aan de gevangenis van Séquédin.
Over zijn gevangenissen moest op het laatste moment een aan hoge palen hangend net worden gespannen tegen ontsnappingen per helikoper, wat volgens Autran afbreuk doet aan de architectonische kwaliteit: ‘Ik wil waardige plaatsen voor detentie bouwen, door de kwaliteit van het licht en door lange doorkijken te geven om de stress van opsluiting te verzachten’.
Hij organiseert zijn gebouwen langs ‘straten’ om ze een stedenbouwkundige dimensie te geven. Door ingangen op een hoek van het vierkante terrein te plaatsen, worden ook hier de twee diagonalen benut, wat visuele openingen geeft. Guy Autran : ‘Vrijheidsberoving als straf is genoeg, helaas is de gevangenis vaak geen plaats van herintegratie, maar als architect probeer je wel die mogelijkheid te geven.’ Hij stelt dat het tekenen van een gevangenis bestaat uit het hanteren van verboden, die niet teveel opgemerkt moeten worden. Om gevangenen te begrijpen heeft hij een psychiater en vertegenwoordigers van cipiers ontmoet, nooit een (ex)gedetineerde.
Wat betekent architectonische kwaliteit voor gedetineerden in deze inrichtingen, die in de vakpers enthousiast zijn bespoken? Enige cijfers: in het kleine, nieuwe huis van bewaring in Seysses hebben sinds de opening, op 26 januari 2003 vier gedetineerden zelfmoord gepleegd, meer dan drie keer zo veel als het gemiddelde in andere gevangenissen.*10 Le Monde van 12 april 2003 spreekt van een ‘ontmenselijkte omgeving’, doordat de individuele douches, de strenge beveiliging, de automatisering en het personeelstekort het menselijke contact beperken. Twee maanden na opening deelden in Seysses al 700 verdachten de 594 plaatsen, waardoor er stapelbedden in cellen zijn gezet en er het begin van een muiterij uitbrak.
Clandestiene gemeenschap
Wat is de oorzaak van de problemen in een modelgevangenis als Seysses? De ex-gedetineerde en politieke activist, Gabriel Mouesca, die elf jaar – een Franse record – in voorarrest zat*11, en in zeventien jaar detentie dertien Franse gevangenissen leerde kennen, werd daarna de gevangenisspecialist van het Franse Rode Kruis. Hij noemt de strenge beveiliging als reden: ‘Je mag de hoop van mensen niet doden; lange vrijheidsstraffen in onpersoonlijke, “perfecte” gevangenissen maken dat gedetineerden niets anders dan een gapende leegte voor zich zien, ze hebben het idee verpletterd te worden.’ De gevangene zit van 19 tot 7 uur alleen in zijn cel, maar kan in oude gebouwen wel via scheuren in de muur of spiegeltjes uit het raam contact met medegevangenen maken. Volgens Mouesca, ‘moet de gevangene kunnen spelen met kleine fouten in het systeem; is dat te perfect, dan wordt de opsluiting ondragelijk’.
Zijn analyse wordt gedeeld door architect Christian Demonchy: officiële reglementen worden in gevangenissen met medeweten van cipiers omzeild om sociale contacten te hebben. Hij zag dat gevels er clandestiene openbare ruimtes zijn waar uitwisselingen – voorwerpen via touwtjes en gesprekken – plaatsvinden. Niet het materiële verval of de overbevolking, maar het gebrek aan een duidelijk project voor een sociale penitentiaire gemeenschap zou de oorzaak van veel problemen zijn. Demonchy: ‘Gevangenisarchitectuur moet een plan voor een sociale gemeenschap maken, juist omdat zo’n gebouw een volkomen afgesloten wereld vormt’. En die sociale dimensie hebben de recente gevangenissen niet: ‘Hoe denken we ooit individuen te kunnen resocialiseren als ze in detentie het vreselijkste sociale leven hebben wat er te bedenken is?’
De gevangenis die Christian Demonchy et Noëlle Janet in 1986 in Mauzac bouwden is een uitwerking van deze observaties. Robert Badinther, de minister van Justitie die in 1981 de doodstraf afgeschafte, gaf bij wijze van experiment de opdracht voor één kleine humanere inrichting.
Demonchy et Janet bouwden deze volgens het principe dat contact tussen gedetineerden onderling en met cipiers moet worden aangemoedigd. Daarom is het centrale plein zowel de luchtplaats als een kruispunt dat losse paviljoens, met ieder twaalf cellen, bedient. Die cellen staan overdag open, er zijn keukens en andere gemeenschappelijke ruimtes, er loopt één bewaker rond voor vijf paviljoens en het functioneert (met een voorgeselecteerde populatie).
Na het succes van Mauzac zat Christian Demonchy in commissies van de Administration penitentiare om aan de verbetering van gevangenisarchitectuur te werken, maar Mauzac is een losstaand experiment gebleven en de rapporten die om innovatie en menselijkere omstandigheden vroegen verdwenen in de laden van het ministerie.
Bouwen aan de afschaffing
De noodzakelijke aandacht voor de sociale omgang tussen gedetineerden is ook aanwezig in het (op eigen initiatief ontworpen?) renovatieproject van Pierre Sartoux en Augustin Rosenstiehl voor Fleury-Mérogis, het grootste penitentiaire complex van Europa. Deze beruchte, onder Parijs gelegen gevangenis uit 1968 biedt plaats aan vijfduizend gevangenen en is hét Franse voorbeeld van totalitaire architectuur volgens het panoptische principe. Vanwege de formele overeenkomst met tezelfdertijd gebouwde flats, zitten delinquenten uit buitenwijken in een gevangenis die er in ieder geval als thuis uitziet. Het centrale gebouw imiteert het Pentagon, de organisatie is die van een vliegveld: vanuit een ‘vertrekhal’ voeren gangen naar de vijf vleugels met cellen. De veertien meter brede buitenmuur van 1,8 kilometer lang bevat de ateliers waarin de gedetineerden werken. De gevangenis lijkt zelf ook op een cel, oneindig vaak als honingraatstructuur te vermenigvuldigen. Deze modernistische utopie is nu al vervallen tot een ruïne, de sanitaire condities zijn slecht, de muren bedekt met een laag schimmel. De renovatiekosten worden op 240 miljoen euro geschat, net zoveel als de bouw kostte.
Sartoux en Rosenstiehl stellen een radicale renovatie voor, om aan te tonen dat de gevangenis in zijn huidige vorm geen toekomst heeft. In tot appartementen samengevoegde cellen geven ze de gedetineerden een eigen minuscuul kamertje en verder gedeelde gemeenschappelijke ruimtes. De gevangenis staat via een ‘filtrerende’ poort met de stad in contact, een stad – medici, verenigingen, onderwijs en bedrijven – die naar binnen mag en zich over de gevangenis ontfermt. Uiteindelijk wordt de gevangenis de banale woonwijk waar hij nu al op lijkt en zal, zonder scheidingsmuur, ooit opgaan in het stedelijk weefsel. Het project van Sartoux en Rosenstiehl is een virtueel laboratorium, waarin geëxperimenteerd wordt met nieuwe detentievormen. Dit ‘bouwen aan de afschaffing van de gevangenis’ houdt ook stevige kritiek in op de recente gevangenisarchitectuur: ‘Wat ons opvalt aan de nieuwe gevangenissen, is dat de organisatie en de cellenblokken precies op die van Fleury-Mérogis lijken. Het is meer design, het zijn variaties op het oude thema hoe je cellen en gangen kunt inrichten.’
Oorsprong van de gevangenis
In onze huidige gevangenis is de gedetineerde, alleen in zijn cel, veroordeeld tot architectuur. Zijn straf, dat is het gebouw, dat meer opgericht lijkt ter pijniging dan als instrument van reïntegratie. Hoe harder men wil straffen, hoe totalitairder die architectuur wordt, die nergens de mens zo in zijn tang kan houden. Als een gedetineerde opstandig wordt, verdringt de architectuur ook het laatste wat nog verplaatst kan worden: in de isolatiecel zonder ramen zijn bed, stoel en tafel van beton, muurvast met de cel vergoten. Een lang verblijf in zo’n ruimte heeft gevolgen waarvan de architect elders slechts kan dromen: hallucinaties, verlies van perceptie van tijd en ruimte, zelfverminkingen.*12 De huidige vormen van straf lijken in meerdere opzichten tegenstrijdig met onze democratische waarden. Misschien omdat penitentiaire architectuur, in de tweehonderd jaar dat ze bestaat, weinig echte innovaties heeft gekend. Christian Demonchy stelt dat de gevangenis als strafrechtelijk instrument een utopische, uit 1879 daterende revolutionaire erfenis is die nooit heeft gefunctioneerd. Waarom niet? ‘Er was geen project! Als architectonisch model voor de eerste gevangenis is een simpel huis van bewaring genomen, een gang met cellen voor korte opsluiting, en dat is vrijwel onveranderd onze strafrechtelijke gevangenis gebleven.’ Als gedetineerden beweren dat ze, ondanks alles, oude instellingen als de Santé prefereren boven nieuwe gebouwen, is dat omdat daar een clandestien sociaal leven mogelijk is. De gevangenisarchitect zou naar dit soort signalen van de toekomstige gebruikers kunnen luisteren, en zich bewust moeten zijn van de min of meer toevallige oorsprong van cellulaire opsluiting, om uiteindelijk een hedendaagse, humanere vorm voor te stellen voor de enige zaken die de samenleving echt van de penitentiaire instelling vraagt: een neutrale, tijdelijke uitsluiting en een herintegratie van hen die zich niet aan de regels hebben gehouden.
© Steven Wassenaar
*1. Psychiater Claude Leroy stelt dat de asymmetrische relatie tussen een cipier en een gevangene karakteristiek is voor perverse situaties, waarin één van de partijen wordt beschouwd als een object, niet als gelijke. Claude Leroy ‘Space in the prisons’ in Prison Architecture, UNSDRI en Architectural Press, London, 1975.
*2. Véronique Vasseur, Médecin-chef à la prison de la Santé, Cherche Midi, 2000.
*3. ANVP: Association Nationale des Visiteurs de Prison; alle citaten in de tekst zijn afkomstig uit interviews met de betrokkenen.
*4. Europees Comité Inzake de Voorkoming van Folteringen en Onmenselijke of Vernederende Behandelingen of Bestraffingen.
*5. Naast het Observatoire International des Prisons ook de Ligue des Droits de l’Homme en Amnesty International, dat in 2002 rapporteerde dat bij de sinds 1987 in isolatie opgesloten leden van Action Directe, Georges Cipriani en Nathalie Ménigon, een ernstige aantasting van hun mentale en lichamelijke gezondheid is opgetreden.
*6. Claude Leroy: ‘... chacun est [...] un coupable certain mais non encore puni’, o.c. (zie noot 1). Een voorbeeld uit velen: Patrick Dils werd als jongen van 16 door fanatieke rechters zonder bewijs van moord beschuldigd en zat vijftien jaar in detentie voordat hij werd vrijgesproken.
*7. Frankrijk is sinds 1981 meer dan 60 keer veroordeeld door het Europese Hof van Justitie en het Europese Hof voor de Rechten van de mens. Behalve Turkije is Frankrijk het enige Europese land dat voor marteling werd veroordeeld.
*8. ‘Prisons : une humiliation pour la République’ - http://www.senat.fr/rap/l99-449/l99-449.html
*9. Rapport fait au nom de la commission d'enquête sur la situation dans les prisons françaises - http://www.assemblee-nationale.fr/dossiers/prisons/r2521-1.pdf
*10. Bron : Agence France-Presse (AFP). De OIP stelt dat in Franse gevangenissen de laatste twintig jaar het aantal suïcides is verdubbeld, het is er zeven keer hoger dan erbuiten, in 2002 maakten 120 gevangenen een einde aan hun leven.
*11. In januari 1998 veroordeelde de Europese Commissie voor de Rechten van de mens Frankrijk wegens het niet tijdig berechten van G. Mouesca, zijn juridisch dossier stond toen al wegens gebrek aan iedere vorm van bewijs sinds 1983 open (Rapport n° 27873/95, 14 /1/98).
*12. ‘Lange isolatie maakt iemand stapelgek’, Association des secteurs de psychiatrie en milieu pénitentiaire, in : ‘Rapport fait au nom de la commission d'enquête sur la situation dans les prisons françaises’, assemblee-nationale, p. 74.
|
 |