 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Edouard François. Hotel Fouquet's Barrière in Parijs.
Kopiëren, plakken en knippen met Haussmann.
MARK, Amsterdam, n°6, februari / maart 2007, p.p. 84 93. |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 |
Het is één van de vreemdste gebouwen in Parijs, pas als je er vlakbij staat valt op dat er iets niet klopt: de betonnen gevels in de Haussmanniaanse stijl zijn helemaal in loodgrijs beton uitgevoerd, de normaal gesproken metalen balkons, de ramen en deuren, de daken, alles lijkt dichtgemetseld. De gevel mist daarnaast diepte: de gebeeldhouwde reliëfs, leeuwenkoppen en kolommen zijn als platgeslagen, het lijkt wel op de door Christo ingepakte Reichstag, het heeft meer van hedendaagse kunst dan van architectuur. De enige openingen in deze grijze all over zijn een soort uitstekende glazen aquariums die op de gevel een willekeurig patroon vormen dat sterk contrasteert met de op symmetrie en regelmaat gebaseerde vormentaal van de klassieke façade.
Wat zich achter de gevel, in het gebouw, afspeelt is vanaf de straat niet te zien: door het heen en weer kaatsen op een omlijsting van spiegels geven de ramen overdag slechts de wolkenlucht weer, 's avonds verschijnt via dezelfde spiegels een uitvergroot stuk tapijt uit de hotelkamer op de gevel.
Is Edouard François met dit project, het hotel Fouquet's Barrière, aan de chique Champs Elysées, door het gebruik van de zo bekritiseerde neo-haussmanniaanse stijl een moedige architect of de zoveelste die met deze historiserende stijl een knieval maakt voor het op erfgoed beluste Franse publiek?
Zijn antwoord is een kort: 'als iets betekenis heeft om het te doen, moet je het doen'. De vraag is dan: wat is de betekenis van deze opzienbarende strategie, het perfect kopiëren van een stuk gevel, dat elders weer op te plakken, om er tenslotte willekeurige openingen in te knippen?
Het bedrijf Lucien Barrière dat in 1999 het beroemde restaurant Fouquet's overnam, wilde meer: een luxehotel. Daarvoor kocht het boven en naast het restaurant een heel huizenblok, bestaande uit zeven gebouwen, met gevels aan de Champs Elysées, de avenue George V en twee zijstraten. De opdracht aan Edouard François was er een van 'shell & core': het omvormen van de gevels van de zeven gebouwen van het blok tot één geheel, om er een herkenbaar 'monument' van te maken. De binnenplaatsen moesten worden verenigd tot een tuin, een terras zou uitkijken over de daken en het algemene functioneren van het palace - de organisatie en de indeling van de ruimtes - werd door Edouard François bepaald, waarna de designer Jacques Garcia het decor en meubilair overnam. De muren en sommige vloeren in de verschillende gebouwen zijn gesloopt en op elkaar aangesloten om één gigantisch hotel met aangesloten ruimtes en ruime gangen te vormen.
Om de 350 personeelsleden in het palace te kunnen laten circuleren, moest een 'service-architectuur' worden toegepast, bestaande uit een horizontale 'straat' in de kelderverdieping en een verticale lifttoren, wat het razendsnelle aanvoeren van kreeften en champagne naar de 107 kamers en suites mogelijk maakt. Ook werd een grote spa gebouwd op de plaats van de oude winkelgalerij die door het huizenblok liep. Aan de tuinkant wilde François een soort 'open plek in het bos' maken: daartoe werden 8000 in aluminium gegoten takken aan de blinde muren gehangen, terwijl op de grond mossen op een metaalrooster groeien.
Bleef dus het probleem van de verschillende gevels.
De gebouwen aan de Champs Elysées van het toekomstige hotel zijn authentiek - en dus beschermd - Haussmanniaans, de twee gebouwen aan de Avenue George V en de rue Vernet zijn in 1980 in twee negentiende-eeuwse neostijlen (neo-haussmann en neo-Louis Philippe) gebouwd en het laatste gebouw aan de Rue Vernet was een bankgebouw uit 1970 met een huid van bruin glas.
Hoewel de klant hem vrij spel had gegeven om eventueel alle façades in een hedendaags jasje te steken, was al snel duidelijk dat de erfgoedcommissie die waakt over Parijs, geen bouwvergunning voor zo'n project zou geven. Edouard François constateerde ter plekke dat het een onmogelijke opgave was om van de zeven verschillende gebouwen aan de straatkant één herkenbaar geheel te maken zodat het palace als zodanig herkend kon worden, behalve als... voor de haussmanniaanse stijl zou worden gekozen.
Een dilemma, de architect was zich terdege bewust van de risico's van zo'n strategie. Hoe de te voorspellen kritiek op zo'n pastiche te omzeilen? Het antwoord bleek eenvoudig: door te laten zien dat de stijl hem niet interesseerde, dat hij deze alleen - als decor, behang - perfect kon kopiëren en weer opplakken, maar er niet mee bouwde.
Noodgedwongen sloopte de architect dus het enige wat enigszins modern was: de glazen gevels van het bankgebouw. Er werd voor gekozen om de 90 meter lange façade van het restaurant Fouquet’s digitaal te scannen, daarna in grijze betonelementen te gieten en aan de andere kant weer op te plakken. Het ging Edouard François om een zo exacte mogelijke kopie van de façade in beton, alleen de diepte van de reliëfs en de kleur veranderde hij.
Als laatste werden de ramen van de kamers in de betonnen huid uitgesneden, waarbij het enige criterium was dat deze in elke hotelkamer zo optimaal mogelijk geplaatst moesten worden: het resultaat is het onregelmatige patroon van glazen rechthoeken op de gevel, wat tegelijk uitdrukt dat het gebouw en de gevel - lees de architect en de stijl - geen relatie met elkaar hebben.
Edouard François zegt met dit gebouw dat als je in het digitale tijdperk dan toch met vormen uit de geschiedenis wilt bouwen, je het dan ook perfect moet doen, door een scanner en een gietvorm te gebuiken en dat als je je daarnaast als architect met de functie bezighoudt, je het aan je klant verplicht bent in zo'n gedecoreerd gebouw optimale, aan de functies aangepaste openingen, aan te brengen. In zijn hotel is de relatie tussen het decor op de gevel en de ramen- de functie - losgekoppeld. Een soort synthese tussen klassieke decoratieve architectuur en de moderne vraag om licht en ruimte, die niet tegen over elkaar worden geplaatst, maar over elkaar geschoven; die geen synthese vormen, maar in verschillende rolverdelingen, op andere niveaus, spelen.
Edouard François ziet het als een constante in zijn werk: er is een decor aan de buitenkant dat wel of niet de context kan imiteren en los daarvan zijn er de ramen, de balkons, de gangen en andere functies. Ze staan los van elkaar en kunnen vrij worden gebruikt opdat de klant zelf de plaats van elk raam kan kiezen, juist omdat deze openingen niet bepalend zijn voor de beleving van de gedecoreerde façade. Deze kan begroeid zijn ('gebouw dat groeit' in Montpelier), volgezet met bamboe (Tower Flower in Parijs), met stroken hout (Closeraie in Louviers) of met haussmanniaans beton bedekt.
François toont zo tevens aan dat je zelfs dat versleten cliché van de Franse architectuur, de alom aanwezige néo-haussmanniaanse stijl waarin anno 2007 eentonige buitenwijk na eentonige buitenwijk verrijst, als verwijzing naar een zeker 'idee van Parijs', op een vernieuwende manier kunt gebuiken, mits je het eerlijk doet.
De gevel van Fouquet's Barrière heeft geen kleur, deze is grijs, die zo, net als zwart-wit fotografie een vertaling wordt, een omzetting is, die alleen afstand creëert om meer emotie - noem het sfeer - op te wekken. De grijze façades, gefabriceerd via de techniek 'moulé - troué' (gieten - openmaken), een methode waarop de architect patent heeft aangevraagd, zijn geen oppervlakkige verwijzingen naar de geschiedenis, ze betekenen juiste een driedubbele kritiek: op het rücksichtslos kopiëren van erfgoed, op de te strenge relatie tussen interieur en exterieur en op een artificiële tegenstelling tussen moderne en klassiek, die onrecht doet aan onze twee belangrijkste erfenissen. In The Modern Language of Architecture had Bruno Zevi in 1973 de grondslag gelegd voor zo'n dialectische houding: je was of symmetrisch klassiek, of functionalistisch modern: nooit beide tegelijk.
Het gebouw van Edouard François toont aan dat Zevi's scherpe tegenstelling beperkend en kunstmatig was: in een klassieke gedecoreerde façade met proportie en regelmaat kun je juiste je modernistische functies laten spreken als die façade door een decor niet meer afhankelijk is van je openingen. Buiten en binnen zijn losgekoppeld, de gevel hindert de binnenkant niet, en de functionele binnenkant dringt zich niet teveel op aan de stad.
http://edouardfrancois.com
© Steven Wassenaar
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |