 |
 |
In Troyes tekenen Pierre du Besset & Dominique Lyon voor een bibliotheek die afsteekt tegen de heterocliete bebouwing van de wijk. Ze is één van de twaalf ‘gemeentelijke bibliotheken met een regionale functie’, de BMVR’s *1, die in Frankrijk worden gebouwd en onderdeel zijn van de decentralisatiepolitiek die regio’s van topvoorzieningen voorziet.
Het team bouwde eerder de BMVR van Orléans, met een opvallende gevel van aluminium lamellen. De situatie in Troyes vroeg om andere antwoorden: het grote gebouw moest achter een Mac Donalds, op ruime afstand van de boulevard en tegen een muziekschool komen te staan. In Orléans werd de aanwezigheid van het kleine gebouw, dat tegen nabije monumenten op moest bieden, onderstreept; hier was het juist nodig het waarnemen van de massa af te zwakken. Daarom werden de daklijnen afgerond, de achter- en zijgevel schuin op elkaar gepast en de bibliotheek laag gehouden: ze bestaat uit twee bouwlagen van honderd bij vijftig meter. Door de transparante glasgevels vervagen de grenzen tussen binnen en buiten: het gebouw dient volgens de architecten als een ‘stedelijke omgeving’ te worden gezien.
Franse bibliotheken moeten hun publiek zien weg te trekken uit winkels als de FNAC en Virgin Megastore, die met hun mix van leesruimtes, cafés, lezingen en exposities de grenzen tussen openbare en commerciële voorzieningen vertroebelen. Daarom moet een bibliotheek volgens Du Besset & Lyon zo aantrekkelijk mogelijk worden en de architecturale referenties voor morgen creëren. Zonder chique of elitair te zijn, dient ze radicaler te zijn dan de winkelcentra die immers op de clichébeelden van bibliotheken zijn gebaseerd. Zo werd in Troyes de 4000 vierkante meter grote leeszaal, die de eerste verdieping beslaat, een spectaculaire, maar nergens overweldigende ruimte. Ze is gelijkmatig verlicht door boven het plafond van goudkleurige metaalroosters gehangen lampen, een plafond dat ook voor de opvallend goed beheerste akoestiek zorgt. De visuele ‘trigger’ voor het ondulerende plafond was het beeld van netten die bij de restauratie van een Parijs’ museum onder glaskappen waren gespannen. Daarnaast moest het plafond een metafoor voor de ‘mentale ruimte’ worden, waarin de blik van de lezer zich kan verliezen. Het is een soort ‘artificiële hemel’, een verwijzing naar hoge koepels in oude bibliotheken, maar in tegenstelling tot die architectuur gaan hier het monumentale en het intieme, het spectaculaire en het weldadige samen. De aandacht voor een jong publiek blijkt ook uit de ereplaats van de afdeling muziek: in een theatrale loge kun je er in een fauteuil luisteren naar muziek en het verkeer in de binnenstad voorbij zien trekken.
Maar dat uitzicht wordt wel bewerkt: het vergulde plafond, dat als een tentdoek over de enorme leeszaal is gespannen, steekt als een luifel door naar buiten zodat het stadsbeeld wordt ingekaderd. Het beheersen van de visuele relatie tussen omgeving en gebouw is een constante zorg van het architectenteam. In Orléans wordt het uitzicht gefilterd door een uitstulpende loge te voorzien van kruisende aluminium spanten, en ook in het stervormige project voor de bibliotheek van Almere functioneren gekleurde glaswanden als dergelijke visuele ‘filters’. In Troyes lopen om dezelfde reden gele buizen over de achtergevel, en hangt buiten de zijgevel een extra, honderd meter lange, blauwe glaswand die de stedelijke omgeving op afstand zet, de intimiteit waarborgt. Het blauwe glas is te zien als een herinterpretatie van de glas-in-loodramen, en in deze houding, het door uitvergroting, fragmentatie of abstrahering functioneel actualiseren van oude elementen verschilt fundamenteel van het formeel, oppervlakkig citeren van de geschiedenis, zoals dat overal in façades gebeurt.
Naast een kinderafdeling, een perszaal, een discotheek en een expositieruimte, heeft de bibliotheek universitaire- en museale functies. De begane grond bestaat uit parallelle, van voor naar achteren lopende stroken: de jeugdafdeling, een roze trap die naar de leeszaal leidt, de door glaswanden zichtbaar gehouden magazijnen, en ten slotte een hellend museaal parcours dat handig om een, uit de oude bibliotheek gesloopte en hier weer opgebouwde, houten zaal vol manuscripten loopt.
Dit zo aandacht geven aan de geschiedenis was een programmapunt: de bibliotheek heeft een rijke collectie boeken en haar origine gaat terug tot 1135. Was het dan niet beter geweest met de architectuur naar dat verleden te verwijzen, het gebouw een historiserend karakter te geven, het als helend element in de omgeving te voegen? De architecten wijzen deze integratiestrategie, als vorm van architecturale capitulatie, van de hand, een strategie die wel door Arien Fainsilber voor de BMVR-bibliotheek in Marseille, of, dichterbij, door Giorgio Grassi in Groningen is ingenomen. Du Besset & Lyon durven zowel binnen als buiten de confrontatie met de geschiedenis aan te gaan. De ‘Grande Salle’ vol oude boeken ligt als een vreemd lichaam in het moderne gebouw en maakt ons duidelijk hoe ver het verleden van ons afstaat en dat aan de eisen van onze tijd alleen met originele antwoorden voldaan kan worden.
De omgang met de omgeving, en de houding ten opzichte van het verleden, verlenen aan het gebouw een kritische dimensie: de architect kan in een actieve dialoog met de geschiedenis een compromisloos antwoord op een omgeving geven, zonder tot historiserende mimiek of schuldbewuste stedelijke integratie over te gaan. Deze bibliotheek heeft het opwindende efemere van een plotseling op een braakliggend terrein verrezen circustent, die de stedelijke trivialiteit met zijn show even dragelijker maakt. Voor Dominique Lyon is de belangrijkste architecturale vraag van onze tijd ‘welke mechanismen onze hoog ontwikkelde, beschaafde maatschappij meeslepen naar zoveel stedelijke en architecturale mislukkingen *2. Maar het werken in zo’n omgeving betekent ook een kans, omdat ‘het absurde en het frustrerende juist poëtische reacties kunnen uitlokken’ *3. Niets voor niets werd de kunstenaar Lawrence Weiner gevraagd een metershoge tekst in het gebouw schrijven: ‘écrire dans le coeur des objets’. Inderdaad, de architecturale strategie van Du Besset & Lyon is narratief: in Troyes geven ze met dit gebouw een onverwachte positieve wending - een happy end - aan een tragisch verhaal: dat van de onbeheersbare architectonische misère van de Franse stedelijke omgeving.
© Steven Wassenaar
Architecten: Pierre du Besset & Dominique Lyon
Hoofd project: Alain Chiffoleau
Decoratie: Gary Glaser
‘1 % kunstwerk *4’: Lawrence Weiner
Opdrachtgever: Communauté d’Agglomération Troyenne
Kosten: 18 miljoen euro (excl. BTW)
Oppervlakte: 10.600 m2
*1. BMVR: “Bibliothéque Municipale à Vocation Régionale”
*2. Catalogus Biënale Venetië, augustus 2002, De Context, Dominique Lyon, pp ??.
*3. Archilab 2001, tekst Pierre du Besset & Dominique Lyon , pp ??.
*4. 1 % van het budget van openbare gebouwen moet wetmatig aan een kunstwerk in het gebouw worden besteed.
|
 |